1
Instappen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Naar auto begeven | Loop voor de auto langs | Goed zicht op verkeer dat op jouw weghelft nadert |
| Wachten bij linkerkoplamp | Links en rechts kijken | Controleer of je veilig naar het portier kunt lopen |
| Portier openen | Met linkerhand, niet verder dan noodzakelijk | Hoe korter het instappen duurt, hoe minder gevaar voor overig verkeer (art. 5 WVW) |
| Instappen | Vlot | Open portier maakt auto tweemaal zo breed – onnodige hinder (art. 5 WVW) |
| Portier sluiten & controle | Met linkerhand; visuele controle andere portieren | Alle portieren zo snel mogelijk gesloten |
2
Uitstappen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Handgreep portier pakken | Met linkerhand | Vasthouden voorkomt dat wind de deur losrukt |
| Kijken | Voor, binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, over linkerschouder | Controleer of uitstappen veilig kan |
| Portier ontgrendelen | Met rechterhand | Lichaam al kwart naar links → beter zicht over linkerschouder |
| Uitstappen | Vlot, achterom de auto lopen | Goed zicht op verkeer van achteren (art. 5 WVW) |
| Auto veilig achterlaten | Sleutel uit contact, portieren vergrendelen | Voorkomt gebruik door derden (joyriding, kinderen) |
3
Zithouding / Stuurhouding
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Stoel stellen | Rug volledig steun aan rugleuning; bovenkant hoofd gelijk met hoofdsteun; bovenbeen zo groot mogelijk op zitting; linkerbeen licht gebogen bij ingetrapte koppeling | Goed gevoel van de auto; minder snel vermoeid |
| Stuurhouding | Handen losjes op tien voor twee; duimen op stuur; armen licht gebogen | Meest ideale houding om snel te reageren bij glad wegdek, slip, klapband of uitwijkmanoeuvre |
4
Spiegels stellen / Gordel gebruik
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Linkerbuitenspiegel | Horizon voor driekwart zichtbaar; zijkant auto net te zien | Maximaal uitzicht schuin links en gedeeltelijk achter |
| Binnenspiegel | Verticale midden spiegel gelijk met midden achterruit | Maximaal uitzicht op wat zich achter de auto afspeelt |
| Gordel aantrekken (art. 59 RW) | Met rechterhand, geleidelijk; tongplaat in gesp (klik hoorbaar) | Vergrendelingsmechanisme moet hoorbaar klikken |
| Gordel controleren | Met rechterhand even kracht uitoefenen | Voorkomt dat gordel losschiet tijdens de rit |
| Gordel ontgrendelen | Rode knop indrukken (rechterhand); gordel begeleiden met linkerhand | Gordel komt goed opgerold op z'n plaats, verdraait niet |
5
Motor starten
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Handrem check | Met rechterhand controleren | Auto kan niet wegrollen als je koppeling vergeet |
| Pook neutraal check | Tussen 3 en 4 | Auto mag niet wegrollen bij starten |
| Stroomverbruikers uit | Visueel controleren | Motor heeft veel stroom nodig bij starten |
| Koppeling intrappen | Met linkervoet, vlot en geheel | Onderbreekt aandrijving; auto kan nooit wegrollen bij starten |
| Contact aan | Sleutel in "contact"-stand; controleer werking controlelampjes | Diesel: eventueel voorgloeien; choke bekrachtigen |
| Sleutel doordraaien | Tot motor aanspringt; direct loslaten | Goed luisteren naar motorgeluid voor juist moment |
| Dashboard controleren | Meters en lampjes bekijken | Storingen in circuits tijdig opmerken |
| Remdruk controleren | Met rechtervoet pedaal intrappen | Voldoende remdruk controleren |
| Bedieningsorganen instellen | Direct na starten: verlichting, blower, achterruitverwarming | Niet tijdens het rijden instellen — aandacht nodig voor weg |
6
Motor afzetten
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Handrem aantrekken | Knopje indrukken → omhoog → loslaten | Auto kan niet wegrollen nadat je hem verlaat. (Winter: versnelling inzetten zonder handrem i.v.m. bevriezen) |
| Pook neutraal check | Tussen 3 en 4 | Auto geheel neutraal weggezet |
| Pedalen loslaten | Links- en rechtervoet geleidelijk omhoog | Controle volledige neutraalstand |
| Verbruikers uit | Via desbetreffende schakelaars | Accu laadt niet op bij stilstand → loopt leeg |
| Motor afzetten | Contactsleutel geheel linksom | Milieuoogpunt en veiligheid |
| Bij verlaten | Sleutel uit contactslot; auto afsluiten; sleutels meenemen | Voorkomt gebruik door derden |
7
Wegrijden
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken | Binnenspiegel, voor, linkerbuitenspiegel, links naast | Controleer of overig verkeer voor moet gaan (art. 54 RVV) |
| Koppeling intrappen | Geheel en vlot met bal van linkervoet | Maakt schakelen mogelijk (onderbreking motor–versnellingsbak) |
| Hand naar pook → 1e versn. | Rechterhand | Aandrijvingskracht naar de wielen mogelijk maken |
| Handrem eraf | Knopje indrukken, handrem iets omhoog, naar beneden | Handrem los voor vertrek |
| Hand terug naar stuur | Rechterhand, vlot | Ideale stuurpositie (tien voor twee) |
| Koppeling naar aangrijpingspunt | Linkervoet geleidelijk | Koppelingsplaten moeten geleidelijk aangrijpen |
| Gas geven | Rechtervoet, geleidelijk | Opvangen van het aangrijpen van de koppelingsplaten |
| Kijken rondom | Rondom de auto | Laatste controle vóór vertrek |
| Richtingaanwijzer links | Naar links | Kenbaar maken aan overige weggebruikers dat je wegrijdt |
| Koppeling volledig op + nacontrole | Geleidelijk; voet ernaast plaatsen; binnenspiegel + linkerbs. | Voet ernaast = geen overmatige slijtage koppeling |
8
Stoppen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken voor + binnenspiegel | Plaats bepalen; mag ik hier stoppen? | Situatie achter je in acht nemen |
| Gas los | Rechtervoet | Begint vertragen |
| Remsignaal | Rempedaal even licht aantikken | Voornemen stoppen kenbaar maken aan achteropkomend verkeer |
| Doorremmen | Remdruk geleidelijk opvoeren | Vloeiend tot stilstand komen |
| Koppeling intrappen | Vlot en geheel, linkervoet | Voorkomt dat motor afslaat |
| Net voor stilstand | Remdruk iets verminderen | Voorkomt stuiteren; comfortabeler voor passagiers |
| Inschakelen / neutraal | Korte stop: 1e versnelling; lange stop: neutraal / motor af | Afhankelijk van de duur van de stop |
Noot: Bij stoppen langs de kant van de rijbaan ook over de rechterschouder kijken en richtingaanwijzer naar rechts.
9
Opschakelen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken | Binnenspiegel + linkerbuitenspiegel | Controle overige verkeer |
| Gas los / koppeling in | Vlot en nagenoeg gelijk | Schakelen mogelijk maken |
| Schakelen naar gewenste versn. | Rechterhand, vlot | Kracht omzetten in snelheid |
| Hand terug naar stuur | Rechterhand, vlot | Ideale stuurpositie terugnemen |
| Koppeling op laten komen | Geleidelijk; gas geven; voet ernaast | Voet ernaast = geen onnodige slijtage koppeling |
| Nacontrole | Binnenspiegel + linkerbuitenspiegel | Kan ik snelheid vermeerderen zonder hinderen? |
10
Terugschakelen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken | Binnenspiegel + linkerbuitenspiegel | Situatie achter je |
| Gas loslaten / remmen | Vlot rechtervoet; remmen geleidelijk | Vertragen |
| Koppeling in + schakelen | Vlot en geheel; rechterhand naar gewenste versnelling | Juiste versnelling bij bepaalde snelheid |
| Hand terug; koppeling op | Geleidelijk; iets gas; voet ernaast | Geleidelijk → motor kan kracht kwijt op wielen |
| Nacontrole | Binnenspiegel + linkerbuitenspiegel | Situatie achter je |
11
Sturen / Stuurtechniek
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Handpositie | 15 voor 3; duimen op stuur | Optimale positie voor snel ingrijpen bij onverwachte situaties |
| Doorgeefmethode | Rechts: linkerhand duwt boven, rechterhand trekt onder. Links: andersom | Beste methode voor nauwkeurig sturen |
| Overgreepmethode | Rechtsaf: linkerhand stuurt → rechterhand grijpt over. Linksaf: andersom | Voor normaal bochtenwerk; stuur rustig door handen laten glijden |
| Terugsturen | Stuur door de handen laten glijden | Contact met stuur behouden |
| Kijken voor het sturen | Naar links of rechts, de richting waar je heen wilt | Waar je naar kijkt, daar ga je naartoe |
12
Remtechniek / Verkeersstop
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken voor + binnenspiegel | Voor: kan ik tijdig stoppen? (art. 19 RW) | Informatie opdoen over situatie achter je |
| Remsignaal | Rempedaal licht aantikken | Kenbaar maken dat je moet stoppen |
| Doorremmen | Geleidelijk remdruk opvoeren | Vloeiend tot stilstand |
| Koppeling intrappen | Vlot en geheel, linkervoet | Voorkomt afslaan van motor |
| Net voor stilstand | Remdruk geleidelijk iets verminderen | Vloeiend tot stilstand; comfort passagiers |
13
Stoppen op een helling (opwaarts)
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Koppeling ingetrapt houden | Linkervoet (tenzij lange stop) | Helling op: eerder intrappen (sneller snelheidsverlies). Helling af: later intrappen |
| Voetrem ingetrapt houden | Rechtervoet, geheel | Voorkomt achteruit rollen voordat handrem aangetrokken is |
| Handrem erop | Knopje indrukken → omhoog → loslaten | Auto blijft op zijn plaats als voetrem losgelaten wordt |
| Voetrem los | Geleidelijk; controleer of auto blijft staan | Handrem beremt 2 wielen, voetrem 4 → geef auto tijd om kracht te verdelen |
| Parkeren helling op | Voorwielen naar links insturen (van trottoir af) | Voorkomt achteruit rollen |
| Parkeren helling af | Voorwielen naar rechts sturen (naar trottoir toe) | Voorkomt vooruit rollen |
14
Stoppen op een helling (afwaarts)
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Steviger remmen | Rechtervoet | Maximaal gebruik van remmend vermogen motor; schuinte helling speelt ook rol |
| Koppeling intrappen | Linkervoet; iets later dan op vlakke weg | Handrem beremt 2 wielen, voetrem 4 → geleidelijk loslaten |
| Handrem erop | Zoals besproken | Auto op zijn plaats houden |
| Voetrem los | Geleidelijk; controleer of auto stil blijft staan | Kracht verdeling geeft auto tijd |
15
Wegrijden op helling met handrem
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken + koppeling in + 1e versnelling | Vlot en geheel linkervoet; rechterhand naar pook | Verbinding versnellingsbak mogelijk maken |
| Hand naar handrem | Direct na inschakelen | Klaarstaan voor lossen handrem op juist moment |
| Koppeling naar aangrijpingspunt | Geleidelijk; iets langer op aangrijpingspunt houden | Extra kracht bij helling; koppelingsplaten moeten het opvangen |
| Gas geven | Geleidelijk rechtervoet | Opvangen van het aangrijpen van de koppelingsplaten |
| Kijken + richting aangeven links | Binnenspiegel, voor, linkerbuitenspiegel, links naast | Kenbaar maken dat je gaat wegrijden |
| Handrem eraf + hand naar stuur | Handrem iets omhoog (springt van vergrendeling) | Beide handen op stuur = ideale positie |
| Koppeling volledig op + nacontrole | Geleidelijk; voet ernaast; binnenspiegel + links | Geen slijtage koppeling; snelheid aanpassen |
16
Wegrijden op helling (afwaarts)
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Wegrijden | Zoals stoppen op helling afwaarts (H.A. 14) | Auto wil vanzelf al rijden door schuinte → vergemakkelijkt wegrijden |
| Handrem eraf → koppeling → gas → weg | Zoals vlakke weg wegrijden, alleen volgorde net anders | Handelingen hetzelfde; volgorde verschilt door de helling |
17
Recht achteruit rijden
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Algemeen check | — | Mag en kan ik hier recht achteruit rijden? |
| Stoppen op ±50 cm rijbaankant | Wielen in rechtuitstand | Correcte startpositie |
| Kijken + achteruitversnelling | Voor, binnenspiegel, linkerbs., rechts naast, herkenningspunt | Controleer of overig verkeer voor moet gaan (art. 54 RVV) |
| Rijden met slippende koppeling | Achteruit, stapvoets | Alleen met slippende koppeling kun je stapvoets rijden – absoluut noodzakelijk |
| Kijken + corrigeren | Achter + regelmatig rondom; geleidelijk en weinig sturen | Te grote stuurbewegingen → auto gaat te snel uit koers |
Belangrijk: Tijdens de oefening regelmatig rondom blijven kijken.
18
Bocht achteruit naar rechts
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Stoppen ±10m na bocht op ±50cm | Herkenningspunt trottoirrand zichtbaar via achterruit | Mag en kan ik hier achteruitrijden? |
| Recht achteruit rijden | Herkenningspunt vasthouden tot het verdwijnt | Juiste startpositie voor bocht |
| Kijken voor insturen | Voor, linkerbuitenspiegel, links naast | Neus van auto breekt uit naar links – controleer of dit kan |
| Insturen naar rechts | Als trottoirrand in rechterzijruit (achter) verschijnt | Bocht volgen |
| Kijken rondom | Rondom | Gevaarlijkste punt: je rijdt achteruit een kruising op |
| Terugsturen naar links | Als herkenningspunt bijna op z'n plaats is | Recht achteruit rijden tot 5m van de bocht |
19
Keren op een niet te brede rijbaan
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Mag ik keren? | Verkeerstekens; breedte weg en obstakels | Kan ik keren? ±1,5× wielbasis nodig |
| Stoppen op ±15cm rijbaankant | Kijken: binnenspiegel, voor, linkerbs., beide schouders | Controleer voorrang |
| Wegrijden + vlot naar links insturen | Koppeling slippend houden; nooit droogsturen | Stapvoets rijden voor controle; slijtage voorkomen |
| Terugsturen → wachten bij trottoir | Naar rechts op ±50cm van trottoirrand; geleidelijk rollen | Niet op trottoir komen; slijtage voorkomen |
| Achteruit rijden + vlot links sturen | Achteruit versnelling; stapvoets; kijken rondom | Voorbereiding voor terugrijden vooruit |
| Vooruit rijden + vlot rechts sturen | 1e versnelling; binnenspiegel, voor, linkerbs., linkerschouder | Bijzondere manoeuvre (art. 54 RW) – vlot en vloeiend |
20
Achteruit in file parkeren
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Stoppen naast geparkeerde auto | 50cm tussenruimte; achterzijdes gelijk; wielen recht | Kan en mag ik file parkeren? Basis voor oefening |
| Kijken + recht achteruit | Binnenspiegel, voor, linkerbs., links + rechts naast | Bijzondere manoeuvre (art. 54 RVV) |
| Insturen naar rechts | Als midden achterwiel gelijk is met achterzijde geparkeerde auto | Neus zwaait links uit – controleer |
| Kijken achter in vak | Achter in het vak | Vanwege kinderen of obstakels |
| Terugsturen naar links | Geheel; als rechts koplamp–midden stuur evenwijdig aan wegas OF rechterbs. gelijk aan achterzijde voorste auto | Auto recht achter reeds geparkeerde auto (±0,1–0,3m trottoir) |
| Stoppen | Als auto recht staat; wielen uitgestuurd laten | Niet te ver door → achterzijde op de weg |
21
Wegrijden uit file
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Wegrijden | Zoals besproken | Wielen staan nog ingestuurd – goed in de gaten houden |
| Sturen naar rechts | Vlot, als rechterkoplamp gelijk is met linkerlamp van auto voor je | Juiste rijbaan positie |
| Kijken + snelheid aanpassen | Binnenspiegel, voor, linkerbs., links naast | Kan ik snelheid vermeerderen? |
22
Achteruit een garage inrijden
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Stoppen ±1m van trottoirband, ±7m voorbij garage | Kijken rondom; overige verkeer niet langer hinderen dan nodig | Voldoende ruimte voor manoeuvre |
| Achteruit rijden | Zoals recht achteruit rijden | Correcte techniek |
| Insturen naar rechts | Vlot; bijv. als 1e deurstijl verschijnt in zijruit achterportier | Neus zwaait links uit – controleer of dit kan |
| Terugsturen als auto bijna recht staat | Voor, links naast, rechts naast en achter | Je bent nu breedst – controleer overig verkeer en trottoir |
| Recht achteruit inrijden | Stapvoets | Voorzijde auto evenwijdig aan trottoirrand als herkenning |
23
Vooruit een garage uitrijden
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken + richting aangeven | Voor; naar links of rechts | Controleer of overig verkeer voor moet gaan |
| Wegrijden stapvoets | Stapvoets; kijken links, voor, rechts | Alleen stapvoets gecontroleerd uitvoerbaar |
| Insturen (wachten!) | Rechts/links; wachten tot auto bijna uit garage | Nooit direct insturen → achterzijde loopt in |
| Terugsturen + nacontrole | Als auto bijna recht op weg; binnenspiegel + linkerbs. | Op tijd sturen voorkomt slingerend weggedrag |
Belangrijk: Bijzondere manoeuvre – regelmatig controleren of je iemand voor moet laten gaan.
24
Achteruit parkeren in een parkeervak
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Stoppen aan rechterzijde ±1m van trottoir, ±2 vakken voorbij het vak | Kijken rondom | Kan en mag ik hier parkeren? Voldoende ruimte |
| Achteruit wegrijden + kijken voor insturen | Voor, linkerbs., links naast | Neus zwaait uit – ook rijbaanbreedte in acht nemen |
| Insturen naar rechts | Vlot; bijv. als 1e lamp verschijnt in zijruit achterportier | Stuursnelheid afgestemd op rijsnelheid |
| Kijken | Voor, binnenspiegel, links naast, rechts naast, achter + in vak | Breedste punt; kinderen/obstakels; auto links naast |
| Terugsturen als auto bijna recht | Neus evenwijdig aan goot als herkenning | Recht het vak in rijden stapvoets |
25
Wegrijden uit een parkeervak
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken links, voor, rechts | Kijk ook door ruiten van auto's heen | Eerder weten of het vrij is |
| Richting aangeven + stapvoets uitrijden | Links/rechts; nogmaals kijken voor rijbaan oprijden | Nacontrole |
| Insturen (niet direct!) | Als spiegel gelijk is met voor-/achterzijde buurman | Direct insturen → achterzijde auto loopt in |
| Terugsturen + nacontrole | Als auto bijna recht is; binnenspiegel + linkerbs. | Tijdig terugsturen voorkomt slingerend weggedrag |
26
Berijden kruispunten van gelijke orde
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Herkennen | Kruisend verkeer, straatnaambordjes | Tijdig bedacht zijn is van vitaal belang |
| Beoordelen | Zicht en drukte; gevaarlijke kruising (J8) | Hoe overzichtelijk is het kruispunt? |
| Snelheid aanpassen | Binnenspiegel; naderingssnelheid zodat je aan voorrangsverplichtingen kunt voldoen | Controle overig verkeer achter je |
| Kijken links–voor–rechts | Ook net voor oprijden nogmaals links, voor, rechts | Verleent men mij voorrang? Obstakels overzijde? Bord C1/C2/C12? |
| Doorgaan / voorrang verlenen | Vlot; kruispunt in één keer vrijmaken of opstellen tussen stromen | Niet aarzelen; kruispunt niet blokkeren; VOP ontzien |
| Nacontrole | Binnenspiegel + linkerbuitenspiegel | Situatie achter je voor snelheidsverhoging |
27
Berijden van voorrangskruispunten
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Bord B1 (voorrangsweg) | Snelheid vasthouden; geldt voor hele weg tot bord B2 | Kijktechniek = gelijke orde |
| Bord B3/B4/B5 | Bord wordt per kruispunt herhaald | Voorrangsweg loopt niet altijd rechtdoor – onderbord bij B1! |
| Bord B6 / Haaientanden | In principe 2e versnelling; haaientanden zonder B6 = zelfde betekenis | Goede kijktechniek toepassen |
| Bord B7 (STOP) | 2e versnelling + stoppen voor stopstreep | Goede doorgang vrijhouden voor bestuurders op kruisende weg |
28
Rechts afslaan
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken + richting aangeven rechts | Voor (borden/obstakels); binnenspiegel + rechterschouder | Mag/kan ik rechts afslaan? Voornemen tijdig tonen |
| Voorsorteren (optioneel) | Zo ver mogelijk rechts; fietsstrook onderbroken: rijden op; fietsstrook doorgetrokken: ernaast | Verkeer achter makkelijker inhalen; sluit inhaalmogelijkheid fietsers rechts af |
| Snelheid verminderen | Binnenspiegel, remmen, eventueel 2e versnelling | 2e versnelling ideaal voor bochten; voorkomt te hard nemen bocht |
| Kijken links–voor–rechts (rechterschouder) | Als voorzijde gelijk met kruisingsvlak; ook rechts de weg in | Voorrang verlenen? Obstakels? Rechtdoorgaand verkeer (art. 18 RVV)? |
| Insturen rechts + gas | Op eigen weghelft blijven; trekkende motor door bocht | Veilig bochtenwerk |
| Terugsturen + nacontrole | Vlot naar links; voor + binnenspiegel + linkerbs. | Slingerend weggedrag voorkomen |
29
Links afslaan
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken + richting aangeven links | Voor (borden); binnenspiegel + linkerbs. + links naast | Mag/kan ik linksaf? Voornemen tijdig tonen |
| Voorsorteren (optioneel) | Tegen wegas; eenrichting: geheel links; gedeeltelijk eenrichting: tegen wegas | Scheiding richtingen; vlottere doorstroming |
| Snelheid verminderen | Binnenspiegel, remmen, 2e versnelling | Ideale versnelling voor bochten |
| Kijken links–voor–rechts (linkerschouder) | Links de weg in; snelheid tegenliggers inschatten; ook rechtsafslaande bestuurders voor laten gaan | Rechtdoorgaand verkeer (art. 18 RVV) + kortste/langste bocht (art. 18 lid 2) |
| Insturen links + gas | Zo ver mogelijk rechts uitkomen op ingeslagen weg; trekkende motor | Juiste positie op nieuwe weg |
| Terugsturen + nacontrole | Vlot naar rechts; voor + binnenspiegel + linkerbs. | Slingerend weggedrag voorkomen |
30
Invoegen op een auto(snel)weg
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Herkennen autoweg/snelweg | A.h.v. verkeerstekens | Maximumsnelheid verschilt; snelweg geen gelijkvloerse kruispunten |
| Snelheid maken | Invoegsnelheid aanpassen aan hoofdrijbaan | Bestuurders op hoofdrijbaan hebben voorrang |
| Kijken + richting links | Binnenspiegel, linkerbs., links naast (dode hoek!) | Controleer dode hoek; voornemen invoegen kenbaar maken |
| Invoegen vlot maar geleidelijk links | Vlot, want bestuurders achter je willen ook invoegen | Overhaastige stuurbewegingen = schrikreacties |
31
Berijden van een auto(snel)weg
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Maximumsnelheid | Constante snelheid; maximumsnelheid ter plaatse | Rustig verkeersbeeld |
| Kijktechniek | Afwisselend ver voor + ±4 auto's voor; ook vluchtstrook, bermen, in-/uitvoegstroken | Alert blijven bij plotseling remmen, mist, gladheid, werk aan weg |
| Afstand houden | Afstand afstemmen op snelheid | Voldoende ruimte om tot stilstand te komen |
| Inhalen + terugkomen rechts | Zoals links afslaan; alleen geleidelijk links; terugkomen: kijken + richting rechts + rustig opschuiven | Tijdig kijken; snelheid inschatten; pas terugkomen als ingehaalde auto ver genoeg weg is |
32
Uitvoegen op een auto(snel)weg
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken + richting rechts ±300m voor uitvoegstrook | Binnenspiegel, voor, rechterschouder; borden in de gaten houden | Tijdig voornemen kenbaar maken |
| Uitvoegen zodra strook begint | Geleidelijk maar vlot naar rechts opschuiven | Bestuurders op snelweg kunnen je makkelijker inhalen; snelheid verminderen op uitvoegstrook hindert niemand |
| Gecombineerde in-/uitvoegstrook | Volgt strook → richting rechts. Invoegt → richting links. Uitvoegers laten voorgaan | Duidelijkheid verschaffen; gedragingen op in/uitvoegstrook ondergeschikt aan snelweg |
33
Inhalen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken | Voor (weg vrij?), binnenspiegel (wordt ik zelf ingehaald?), linkerbs. (iemand naast mij?), links naast (dode hoek) | Volledige situatiebeoordeling |
| Richting links + inhaalmanoeuvre | Vlot naar links; voertuig zo snel mogelijk inhalen | Hoe korter de manoeuvre, hoe minder gevaar |
| Kijken + richting rechts + terugkomen | Binnenspiegel + rechterschouder; vlot doch vloeiend terugkomen | Juiste plaats op rijbaan innemen |
34
Ingehaald worden
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Kijken rondom | Rondom de auto blijven controleren | Inhaalmanoeuvre kan gevaar opleveren voor tegemoetkomend verkeer |
| Dreigend gevaar opheffen | Snelheid verminderen, uitwijken, stoppen | Defensief rijden blijft van groot belang |
| Snelheid vasthouden | Niet snelheid vermeerderen tijdens inhaalpoginga | Snelheid verhogen verlengt manoeuvre + meer gevaar |
35
Voorbijgaan
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Voorbijgaan (geparkeerde voertuigen, obstakels) | Zoals inhalen; snelheid aanpassen aan beschikbare ruimte | Let op fietsstrook, fietspad, voetpad aan linkerzijde |
| Richting aangeven | Als voorbijgaan een belangrijke zijdelingse verplaatsing meebrengt | Duidelijkheid voor bestuurders achter je |
Let op: Voorbijgaan lijkt eenvoudig maar er worden veel fouten mee gemaakt. Kijken is extra belangrijk want "langzaam" verkeer (fietsers, voetgangers) komt je van alle kanten voorbij.
36
Tegemoetkomen
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Ruimte beoordelen | Tijdig snelheid verminderen; opschuiven naar rechts; eventueel stoppen | Tegenligger zo vroeg mogelijk zien en reageren |
| Uitwijken | Zo ver mogelijk naar rechts | Let op fietsers, bromfietsers en voetgangers bij uitwijken naar rechts |
37
Rotondes (algemeen) + ¼ rond
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Nadering | Zoals kruispunten en splitsingen; tijdig informatie opdoen over inrichting | Rotonde = vaak druk punt |
| ¼ rond | Kijken en handelen = rechts afslaan (zie HA 28) | Verkeer dat de rotonde blijft volgen = rechtdoorgaand verkeer → HEEFT VOORRANG |
38
Rotondes ½ rond
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Naderen | Rechter- of middelste rijstrook kiezen | Voorbereiding voor verlaten verkeersplein |
| Berijden | Na ¼ rond richting aangeven → naar rechter rijstrook; goede kijktechniek | Voorbereiding verlaten rotonde; let op rechts inhalen (art. 48 RVV) |
| Afrijden | Tijdig meesturen; goed kijken | Bocht is verraderlijk scherp; let op verkeer dat rotonde blijft volgen |
39
Rotondes ¾ rond
| Wat (stap) | Hoe (kritiek punt) | Waarom (motivatie) |
|---|---|---|
| Naderen | Voor jou geldende rijstrook kiezen (linker of midden) | Meest ideale positie; geen hinder van ¼ of ½-ronders |
| Berijden | Richtingaanwijzer uit zodra op rotonde; na ½ rond naar rechter rijstrook; twee keer verplaatsen = twee keer kijken | Let op rechts inhalen op rotonde; richtingaanwijzer tijdig aan |
| Afrijden | Idem ¼ en ½ rond | Zie HA 37 en 38 |
40
Voertuigcontrole (B.R.A.V.O.K.)
B
Banden
Profiel, beschadigingen, niet slap (±2 bar), oneffenheden (bobbels), scherpe voorwerpen
R
Remmen
Remvloeistof, remlichten, rem intrappen – voelt niet sponzig
A
Accu
Klemmen vast om de polen, niet geoxideerd, accu vast, vloeistofniveau controleren
V
Verlichting
Groot/gedimd licht, richtingaanwijzer, remlichten, kentekenplaatverlichting, achteruitrijlichten
O
Oliepeil
Peilstok eruit → schoonvegen → plaatsen → eruit halen → horizontaal houden → moet tussen min en max staan
K
Koelvloeistof
Peil controleren, lekkages, slangen visueel inspecteren, ruitenwissservloeistof
Buiten: Motorkap en kofferdeksel goed dicht; lesbordje controleren.
Binnen: Geen zware voorwerpen op hoedenplank of onder stoelzitting (kunnen onder pedalen raken bij remmen).
Binnen: Geen zware voorwerpen op hoedenplank of onder stoelzitting (kunnen onder pedalen raken bij remmen).